Vierkeerwijzer

De school mag zich vanaf schooljaar 2018/2019 officieel een VierKeerWijzer-school (www.vierkeerwijzer.nl) noemen.

 

VierKeerWijzer is een organisatiemodel voor adaptief onderwijs. Het model maakt gebruik van de theorie van professor H. Gardner rond meervoudige intelligentie.

 

Het model werkt met 4 stappen (VierKeerWijzer):

De V van vragen: Wat willen we de kinderen aan de hand van een bepaald thema leren? Welke vragen zijn er rondom dat thema.

De I van ik: Wat weet ik (leerling) al? En wat zou ik (leerling) willen weten?

De E van experimenteren en ervaren: Binnen de thema’s wordt er ruimte gegeven voor de talenten van de kinderen m.b.v. meervoudige intelligentie.

De R van resultaat en reflectie: elk thema eindigt met het meten van het resultaat. Zijn de vragen beantwoord, weten we wat we wilden weten? Hoe heb ik gewerkt? Wat kan/ga ik de volgende keer anders doen?

 

De onderwijspraktijk van een VierKeerWijzer-school ziet er als volgt uit:

• Groep 1 en 2 werken thematisch.

• Vanaf groep 3 worden in de ochtend de basisvaardigheden getraind en ’s middags wordt in een periode van 3 weken thematisch gewerkt met één geschiedenis-, aardrijkskunde- of natuuronderwerp.

 

Door de thema’s in volgorde op elkaar af te stemmen ontstaat een samenhangend geheel. Binnen de thema’s worden drie belangrijke interventies gehanteerd:

• De groepsgerichte leerkrachtles

De leraar is er voor het vonkje, voor de samenhang, voor de intermenselijke relaties, voor de persoonlijke diepgang van ieder kind. Minimaal eenmaal per week geeft de leerkracht zijn of haar themales: Vertelt het verhaal, nodigt een deskundige uit, organiseert een excursie, houdt een kringgesprek, benut zijn digitale schoolbord, verhaalt zijn belevenissen, geeft instructie, enz.

 

• Keuzemomenten

Gedurende een aantal momenten per week hebben de kinderen de gelegenheid om op hun eigen manier en vanuit hun eigen talenten (intelligenties) het thema verder te verkennen, te onderzoeken en te ervaren.

 

• De rijke leeromgeving. We creëren een rijke en krachtige leeromgeving die zich kenmerkt door onder andere keuzemogelijkheden voor kinderen, zinvolle en betekenisvolle activiteiten en materialen, samen werkend leren, ruimte voor het zoeken naar eigen oplossingen en creativiteit

 

Lees meer over meervoudige intelligentie onder de afbeelding.

Meer informatie over meervoudige intelligentie

“Het gaat er niet om hoe intelligent  je bent, maar om hoe je intelligent bent.”


Deze uitspraak komt van de grondlegger van de theorie van meervoudige intelligentie, dr. Howard Gardner.
Voordat Gardner deze theorie beschreef, werd vooral uitgegaan van het meetbare IQ van mensen. Maar Gardner gaat er vanuit dat iedereen op zijn eigen manier intelligent is. Hij maakt daarbij onderscheid tussen 8 verschillende intelligenties. Die intelligenties zijn per persoon verschillend ontwikkeld. Je hebt ze wel alle acht. Omdat niet iedereen dezelfde intelligenties sterk ontwikkeld heeft, krijg je verschillende soorten van slim of knap zijn. Ieder kind is dus slim en knap op zijn eigen manier.

 

Taalknap (Verbaal-Linguïstische intelligentie)
Kinderen die taalknap zijn, zijn goed met woorden. Ze lezen graag, hebben een grote woordenschat en pikken snel nieuwe woorden op. Daarnaast zijn ze sterk in bijvoorbeeld  het schrijven van verhalen of het voeren van een debat. Ze kunnen goed argumenteren en formuleren. Naast praten, kunnen ze ook goed luisteren.

 

Rekenknap (Logisch-Mathematische intelligentie)
Het verbaast je vast niet dat deze kinderen goed zijn in rekenen. Maar bij deze intelligentie komt meer kijken dan alleen met getallen bezig zijn. Rekenknappe kinderen zijn goed in het leggen van verbanden (oorzaak-gevolg) en kunnen goed ordenen. Daarnaast zijn ze sterk in het logisch redeneren, kritisch denken en analyseren en werken ze gestructureerd.

 

Beeldknap (Visueel-Ruimtelijke intelligentie)
Deze knap wordt ook wel de visueel-ruimtelijke intelligentie genoemd. Het gaat daarbij dus ook om het ruimtelijk inzicht, het oriënteren in de ruimte. Kinderen die beeldknap zijn, denken in beelden en hebben oog voor de kleuren en vormen in hun omgeving. Ze zijn sterk in het creëren, het beeldend vormgeven. Deze kinderen zijn vaak aan het schetsen of krabbelen als ze wat tijd over hebben. Omdat ze denken in beelden zit er vaak al direct een plaatje of ontwerp in hun hoofd.

 

Doe- of Beweegknap (Lichamelijk-Kinesthetische intelligentie)
Deze knap heeft alles te maken met bewegen en het gebruik van je eigen lichaam. Deze kinderen zijn de actieve sporters, maar ook de dansers. Ze hebben een groot lichaamsbesef en maken gebruik van hun lichaam bij het praten door middel van gebaren en mimiek. Fijne motoriek is vaak sterk ontwikkeld, waardoor deze kinderen ook graag knutselen. Deze kinderen leren makkelijker door bewegen, dus springend de tafels opzeggen bijvoorbeeld.

 

Muziekknap (Muzikaal-Ritmische intelligentie)
Heb je een kind in de klas dat de hele dag liedjes neuriet of op de tafel trommelt? Dan kun je er vrijwel zeker van zijn dat dit kind muziekknap is. Deze kinderen pikken nieuwe liedjes razendsnel op, maar luisteren ook graag naar muziek. Vaak spelen ze een muziekinstrument en hebben ze een goed gevoel voor ritme. Sommige kinderen maken zelfs hun eigen liedjes. Liedjes en rijmpjes werken bij deze kinderen uitstekend om iets aan te leren.

 

Natuurknap (Naturalistische intelligentie)
Deze kinderen zijn het liefst buiten. Ze kunnen uren doorbrengen in de tuin en alles wat er groeit en bloeit ontdekken. Ze zijn gefascineerd door de wereld om hen heen en observeren de veranderingen in de natuur. Ze weten veel over planten en/of dieren en kunnen er ook goed voor zorgen. Deze kinderen zijn sterk in het ordenen en verzamelen en herkennen daardoor sneller bepaalde patronen.

 

Samenknap (Interpersoonlijke intelligentie) ­
Deze kinderen zijn erg sociaal. Ze houden ervan om onder de mensen te zijn en hebben een groot inlevingsvermogen. Ze werken graag samen en helpen anderen waar ze kunnen.  Deze kinderen zijn gevoelig voor de sfeer in de groep en voelen haarfijn aan wanneer er iets aan de hand is.

 

Zelfknap (Intrapersoonlijke intelligentie)
Een kind dat zelfknap is heeft een groot zelfreflecterend vermogen. Hij kent zijn eigen sterktes en zwaktes. Meestal blijven deze kinderen het liefst een beetje op de achtergrond. Zelfknappe kinderen lijken soms weg te dromen of in hun eigen wereldje te zitten (soms ook zoeken ze letterlijk een eigen stilteplekje op), maar denken heel goed na voordat ze ergens een antwoord op geven. Ze zijn vaak wat stiller, maar observeren haarscherp wat er om hen heen gebeurt.

Vierkeerwijzerlied

melodie : Pippi Langkous

 

Hé, we zijn hier knap

Wiede wiedewie , talent gekregen.

Je leert hier wie je bent,

Wiede wiedewie, je hebt talent!

 

Hé Cyriacus,

tjollehee, tjollehee, tjolle hopsasa,

Hé Cyriacus,

die gaat voor veel talent!

 

Ik ben rekenknap (of muziekknap, taalknap etc.)

Wiede wiede wie wil van mij leren?

Ben hier heel tevree,

Diedeldiedeldoe maar met mij mee!

 

Hé Vierkeerwijzer,

tjollehee, tjollehee, tjolle hopsasa,

Hé Vierkeerwijzer,

dat staat voor veel talent!